home | in de diepte | De tragische geschiedenis van de Katharen

In de diepte

De tragische geschiedenis van de Katharen


In de twaalfde eeuw kwam in de Languedoc een spirituele stroming op. De aanhangers ervan – de Katharen of Albigenzen – beschouwden zichzelf als christenen, maar hielden er onorthodoxe ideeën op na. Dit liet de kerk niet op zich zitten. In 1209 begon paus Innocentius III een bloedstollende kruistocht tegen de Katharen met desastreuze gevolgen.


Frankrijk barst bijna uit haar voegen van de spirituele geschiedenis. Je moet er alleen wel oog voor hebben. David Scherpenhuizen en Nathalie van Koot schreven er een reisgids over. In Verborgen Frankrijk. Een zoektocht naar geheime geschiedenis nemen ze je mee op een adembenemende reis door zowel Noord- als Zuid-Frankrijk. Welke geheimen verbergen de vele Franse stoffige musea, grote kathedralen en ruïnes van kastelen? La Douce France zal nooit meer hetzelfde zijn als je hebt gelezen over o.a. de vergeten rol van Maria Magdalena, de opkomst en val van de Tempeliers en de Vrijmetselarij. Ook de Katharen vormen een boeiend thema in deze reisgids. We lichten dat in dit artikel toe.

Gnostici
De Katharen noemden zichzelf christenen of 'vrienden van God'. Pas later werden ze door anderen Katharen genoemd, naar aanleiding van de betekenis 'ketter' van het Latijnse woord catharus. De Katharen waren gnostici. Het Griekse woord gnosis betekent een combinatie van kennis, inzicht en wijsheid. Kenmerkend voor het wereldbeeld van de gnostici is hun geloof in het dualisme: alles was verdeeld in zwart en wit, in goed en kwaad. De Katharen wezen de materiële wereld rigoureus af en richtten zich op het spirituele. Aan rang, stand of sekse werd weinig waarde gehecht. Sommigen van hen geloofden in reïncarnatie. Omdat de Katharen de kerkelijke hiërarchie en dogma's – waaronder dat van wederopstanding – afwezen, wekten ze de toorn van de christelijke kerk.  De paus rook gevaar, mede doordat het Katharisme steeds populairder werd, ook buiten de Languedoc.

'Dood allen. God kent de Zijnen!'
In 1208 werd een pauselijke gezant – Peter de Castelnau – vermoord in de Languedoc. Dat was voor de paus een mooie aanleiding om in te grijpen in het gebied. De Katharen werden beschuldigd van de moord, het was een perfect excuus om een kruistocht tegen deze 'ketters' uit te roepen. In het jaar 1209 werd de stad Béziers door een leger kruisvaarders aangevallen. Bewoners – Katharen én christenen – werden massaal afgeslacht onder het motto 'Dood allen. God kent de Zijnen!'. En kort daarna werd ook Carcassonne ingenomen, waarbij de inwoners naakt de stad werden uitgejaagd. Het was het begin van een bloedige moordpartij en onderdrukking die meer dan honderd jaar zou duren.  

Simon de Montfort
Al vrij snel kwam de leiding van de kruistocht tegen de Katharen terecht bij  de Noord-Franse edelman Simon de Montfort, die een hekel had aan de Katharen en die hij als afvalligen en dus duivels beschouwde. Onder zijn regie voerden de kruisvaarders een waar schrikbewind in de hele regio. De mensen verzetten zich hardnekkig maar werden steevast vermoord of verjaagd. Elke opstand werd neergeslagen. Akkers werden verbrand, zodat mensen van hun bestaan beroofd werden. Ook hulp van koning Peter II van Aragon – daartoe aangezet door de oorspronkelijke locale heersers in de Languedoc – mocht niet baten. Deze koning kwam ondanks de enorme overmacht die hij met zich meenam om op het slagveld, waarop zijn troepen er vandoor gingen en de Katharen hulpeloos achterlieten.

Op de brandstapel
Ook na de dood van Simon de Montfort ging de kruistocht onvermoeid door. Decennium na decennium. Zelfs de Franse koning sloot zich aan bij de verwoede pogingen van de paus om de Katharen eronder te krijgen – en vermoedelijk om een graantje mee te pikken in de winst. De bezittingen van de ketters vielen immers in handen van de kruisvaarders. De Katharen bleven echter verzet bieden ondanks alle gruwelijkheden die hen werden aangedaan. Elke brandhaard van verzet was voor de kruisvaarders weer aanleiding om flink huis te houden. In Carcassonne nam bovendien een groep Dominicanen zijn intrek. Zij ontpopten zich als fanatieke inquisiteurs: in de naam van de kerk maakten zij jacht op mensen die nog sympathie koesterden voor het wereldbeeld van de Katharen. Velen stierven op de brandstapel.

Montségur
Tegen zoveel geweld was de beweging uiteindelijk niet bestand. In 1243 verzamelden zich de laatste grote groep Katharen in de bergvesting van Montségur. Maandenlang werden zij belegerd totdat zij tot overgave werden gedwongen. Geen van hen wilde echter zijn geloof afzweren. Dat leidde ertoe dat alle ruim tweehonderd Katharen de dood vonden op de brandstapel. Met de val van deze bergvesting was het vrijwel gedaan met de Katharen.  In de jaren daarna bleef de Inquisitie alert en speurde nog een flink aantal 'ketters' op, maar het verzet was opgebrand, het gebied vrijwel verwoest en de bezittingen van de locale bevolking veelal in Noord-Franse handen. Volgens de overlevering stierf in 1323 de allerlaatste Kathaar –  Guilhelm Bélibaste – ook weer op de brandstapel.

Reisgids
Scherpenhuizen en Van Koot maken de tragische geschiedenis van de Katharen tastbaar. Gewapend met hun reisgids komt bijvoorbeeld de burcht van Montségur tot leven. Zo wordt zelfs duidelijk waar het nu lieflijke ogende veldje ligt waar het laatste grote verzet van de Katharen werd gesmoord op de brandstapel. En kom je in Villerouge-Termenès, het plaatsje van de laatste beproeving van Guilhelm Bélibaste.

Wil je zelf op zoek gaan naar de verborgen spirituele geschiedenis van Frankrijk? Op speurtocht gaan in de Franse steden en streken naar symbolen en andere aanwijzingen? Neem dan dit boek mee op vakantie – het is een unieke mix van geschiedenis, spiritualiteit, en het Frankrijk van vandaag de dag.

David Scherpenhuizen en Nathalie van Koot, Verborgen Frankrijk. Een zoektocht naar geheime geschiedenis, Gottmer Uitgevers Groep, Haarlem


Dit boek is ook verkrijgbaar via je eigen boekhandel.
Foto: Wikipedia