Interview
Marianne van den Dungen
'Marcel Messing en ik hebben samen aan een half woord genoeg'
Marcel Messing weet als geen ander oosterse en westerse wijsheid te combineren. Zijn ideeën over spiritualiteit zijn origineel en authentiek. Niet voor niets is Marcel Messing een veelgevraagd spreker. Zijn nieuwste boek, De Meester van de Eindtijd, is net verschenen. Diep sprak met Marianne van den Dungen, die prachtige pentekeningen maakte bij dit boek.

Je bent Marcels vaste illustrator. Er is een wederzijdse waardering. Wat spreekt jou met name aan in Marcels boeken?
Marcel is een van de weinige mensen die verbindingen kan leggen op allerlei gebied, esoterie, filosofie en actuele wereldgebeurtenissen en dat niet op een puur wetenschappelijke manier, maar vanuit een diep menselijk gezichtspunt. Deze unieke manier van werken maakt dat ik zeer veel waardering heb voor de schrijver Marcel Messing, maar ook voor de mens die hij is.
Wanneer ben je voor het eerst met hem in contact gekomen en hoe is dat verder gegaan?
We hebben elkaar meer dan twintig jaar geleden ontmoet in een centrum waar hij lezingen gaf. Er was toen al een soort van herkenning. Het contact was tijdelijk, Marcel verhuisde naar de Ariège, en ik wandelde mijn eigen pad. Rond 2000 ontmoetten we elkaar weer, kwamen tot een diep gesprek en vervolgens vroeg hij me mee te gaan op een reis in het katharengebied. Daar heb ik met een schetsboek rondgelopen in plaats van een fototoestel. Hij zag mijn tekenwerk en vroeg me een paar illustraties te maken voor deel 1 van de parabels van Jezus (Een zaaier ging uit). Sindsdien heb ik elf van zijn boeken voorzien van tekenwerk.
Hoe verloopt jullie samenwerking. Heb je de vrije hand, of stuurt hij je in een bepaalde richting?
Grappig is dat we vaak samen aan een half woord genoeg hebben. Ik krijg geheel de vrije hand om te tekenen wat ik voel bij zijn teksten. Het komt maar zelden voor dat hij zich niet kan vinden in een tekening, en dan ga ik opnieuw aan de slag. Tijdens het werken aan Tussen licht en duisternis (Marcels dierenboek) is het samenwerken geïntensiveerd omdat we beiden heel goed aanvoelden waar het met de wereld naar toe gaat en we ons willen inzetten om mensen wakker te maken op dat vlak. Dat heeft geresulteerd in een samenwerking op meerdere vlakken, niet alleen tekenwerk.
Hoe omschrijf je zelf jouw manier van tekenen?
Tja, ik ben een echte tekenaar, ik houd van vorm en lijnen in beweging. Geef mij geen kwast of grof materiaal, ik houd van het detail en verwerk allerlei kleine verwijzingen in de tekeningen die misschien bijna niemand opmerkt, maar ik weet dat ze erin zitten. Ik heb vijfentwintig jaar mandalatekenen gedoceerd aan groepen cursisten. Toen werkte ik voornamelijk in kleurpotloodtechnieken. Die achtergrond heb ik gebruikt in het boek Tussen licht en duisternis, bij het tekenen van allerlei dieren die daarin voorkomen. Dat was heerlijk om te doen. Al die uitdrukkingen, zoeken naar leuke composities was een feest. Als ik aan zoiets begin lees ik over ieder dier dat ik ga tekenen en kom achter de meest fantastische eigenschappen of gekke weetjes.
‘Afgescheiden van de bron’
Meestal echter vraagt illustratiewerk om zwart-wit en daarin ben ik gaan zoeken via het werken met Oost-indische inkt en de ouderwetse tekenpen. Uiteindelijk resulteerde dat in een techniek met allemaal kleine stipjes die nu mijn signatuur draagt. Dat groeit nog steeds door, ook in mijn vrije werk, los van boekillustraties, gebruik ik deze techniek.
Wat betekent spiritualiteit voor jou en hoe integreer je het in je dagelijks leven?
Voor mij gaat spiritualiteit in het leven om geestelijke groei, zielengroei, het lopen van een pad dat zich steeds meer verfijnd in iedere gedachte en handeling. Een fikse opgave maar het is wat het leven mij brengt en wat het van mij verlangt. Het is van elk moment, van iedere ontmoeting, van ieder puntje wat ik op papier zet. Alles doet ertoe.
‘Uit het zicht verdwenen’
Marcels jongste boek, De Meester van de Eindtijd, telt achttien mooie tekeningen, welke is jouw favoriete?
Ik heb twee favorieten om twee zeer verschillende redenen. Allereerst de tekening bij het laatste hoofdstuk, getiteld ‘Uit het zicht verdwenen’, die de dans uitbeeldt. Hiervoor ben ik me verdiepen in derwisjdansen en dergelijke. Het is voor een tekenaar een uitdaging om handen en voeten uit te beelden in allerlei standen en ik denk dat ik erin geslaagd ben de wervelingen weer te geven van een echte dans. Mijn tweede favoriet is ‘Afgescheiden van de bron’. De lading van de tekst is hier helemaal gevangen in het tekenwerk, het treurige gezicht, het levenswater dat uitgegoten wordt over het hoofd en de dode, dorre tak die de afgescheidenheid van de kern weergeeft. Uiteindelijk zijn deze drie aspecten samen toch een sluitende compositie gaan vormen mede door de strakke rand die het geheel niet afsluit maar samenbrengt. Deze tekening doet wat met me, ik voel hierin de genade zoals ik dat ook in de tekst van Marcel voelde.

