column
God in de supermarkt
Na twintig jaar Nederland, het grootste deel van mijn volwassen, bewuste leven, ben ik terug in mijn geboorteland Israël. Samen met Nederlandse echtgenoot Bas wonen we al weer anderhalf jaar in het land waar de hemel bijna altijd blauw is, de zon stabiel en krachtig, en het licht scherp en intens. Ook Israël is een klein land, met een grote diversiteit aan mensen, culturen, religies en uiteenlopende landschappen – letterlijk en figuurlijk. Een samenleving waarvan de mensen, zoals Bas zegt, in elk persoonlijk contact, met bekenden of vreemden op straat, vriendelijk, open en warm zijn, maar zet ze in een auto en ze zijn behekst en gedragen zich als jagers. Israël is ook een land waarin God groter, normaler en weider verspreid is, dan in veel andere landen. Alom vertegenwoordigd in het dagelijks leven van religieuze én seculaire mensen. Het heeft me eerlijk gezegd verrast, het 'Algemeen Dagelijks Goddelijk Taalgebruik', als het over kleine dingen gaat, ...dank God... ...God zij gezegend... ...als het Gods wens is... ...met Gods hulp... Dat gaat vrij ver: in de lift, bij een gemeentedienst, in de supermarkt, de bus; tussen vrienden, tussen vreemden, tussen familieleden, God wordt er vaak bij betrokken en het is geen nep, maar gevoeld en gemeend. Veel zinnen zijn met deze frasen gekruid, bijvoorbeeld in het tonen van dankbaarheid dat iemand veilig thuis komt (logisch als je aan Bas z'n opmerking denkt...), in een wens als 'tot morgen' of het idee een bedrijf te beginnen. Deze oorspronkelijk religieuze uitdrukkingen zijn in het bewustzijn en de gewoonten van ook niet-religieuzen binnengedrongen en binnen gebleven. Inmiddels ben ik er aan gewend en vind het prachtig om zo bewust dankbaar te zijn, een geheime Partner te hebben, die ik hulp durf te vragen. Ik ben groot én klein, ik ben een onafhankelijke vrouw, maar afhankelijk van een grotere kracht, we hebben maar weinig controle over het leven, ik ben een deel van het Leven, niet onder, niet boven. Mijn relatie met God is intiemer en directer dan ooit, ik vind het fijn te communiceren vanuit bescheidenheid, mij te realiseren dat niets vanzelfsprekend is, nooit, dat elk moment uniek is, dat ik in sommige dingen heel weinig bepaal en meer in andere dingen, dat ik dus kan handelen vanuit evenwicht.
Vertrouwen geeft rust, dankbaarheid verrijkt me, ik heb een Vriend, hoera.
Or Bagim
Or Bagim (Tel Aviv, 1958) heeft een uitgebreide dans- en bewegingsopleiding en therapeutische vorming achter de rug. Ze kwam in 1989 naar Nederland en richtte tien jaar later haar PsychoMotion Institute op voor lichaamsgerichte individuele coaching, groepstrainingen en opleidingen. Haar boek Bewegen in kracht leert je hoe diergedrag je lichaamsbewustzijn kan vergroten om zo de weg vrij te maken voor zelfhelende kracht en gezondheid.
Spiegeltje, spiegeltje …
Ik ben een twijfelaar, van nature. Da’s meestal lastig, maar levert ook wel eens vermakelijke knipogen op van deze of gene zijde. Zoals afgelopen maandag in mijn ontmoeting met Bethsaba, de wijze vrouw die zich al had aangediend als mijn nieuwe gids.
Wat voorafging..
In mijn verlangen naar steun bij het bewandelen van het struikelpad des levens, stelde ik me open voor een nieuwe gids. Ik heb al wel volop ervaring met support vragen van ‘boven’ en had eerder contact met gidsen en helpers, maar nu had ik een periode achter de rug waarin de luiken naar de andere dimensies een tijdje dicht hadden gezeten. Kortom, het was hoog tijd om mijn ziel weer te openen, alle twijfel ten spijt of ik alles verzinnen zou of dat het ‘echt’ was wat ik zou beleven. Het doet een mens immers goed om uit de afgescheidenheid te stappen, je weer te verbinden en je gedragen te weten in plaats van bang, boos of breekbaar te zitten wezen. Dat weet ik dan weer wel zeker…
Ik ging ervoor zitten. Tegenover mij nam een vrouw plaats. Een vriendelijke oudere vrouw met een rond gezicht, lachrimpeltjes om haar ogen en een ontspannen, vrolijke uitstraling. Ze lachte me toe met om haar mondhoeken lichte spot. Dit alles gaf tegenwicht aan de zwaarte die ik bij me droeg. Die ik wel vaker bij me draag… Logisch dat je struikelt als je zo zwaar beladen rondsjouwt door het bestaan. Enfin.
Ze heette Bethsaba , zat aan de oever van een ondiep riviertje en klopte op de grond naast haar: kom zitten. Dat deed ik. Na een poosje nodigde ze me uit om languit, op mijn rug, in het water te gaan liggen, vlak voor haar. Vervolgens legde ze een grote, platte steen op mijn buik. Dat was prettig, thuiskomen. De steen hield me op mijn plek, verbonden met de aarde, en het stromende water nam alle muizenissen en sores met zich mee.
Sindsdien maak ik vaker contact. Altijd ervaar ik dan haar vriendelijkheid. Ze kent me van haver tot gort en is eindeloos geduldig, terwijl ik bij tijd en wijle krankjorum word van mezelf. Zij niet. Ze lacht wat en heeft alle ruimte. En alle tijd. Zij is mijn medicijn tegen gevoelens van ‘t-wordt-nooit-wat-met-mij. ‘Het is al goed, je hoeft niks meer te worden, ’ laat ze me dan weten. ‘Je bent al.’
Afgelopen maandag deed ik een yoga-oefening in de buurt van een spiegel. Ik hing met mijn hoofd naar beneden en keek tussen mijn benen door naar mijn ondersteboven weerspiegelde gezicht… Dat ronde hoofd, die rimpeltjes rond de wat schuin staande ogen, de hoge jukbeenderen … Dat was ik niet, ik zag Bethsaba!
Grinnikend kwam ik overeind. Laat die twijfelaar in mij maar doen wat hij niet laten kan, daar trekt Bethsaba – of hoe ze ook heten moge – zich niks van aan. En of ze nu mijn spirituele gids is die een geintje met me uithaalt of een projectie van mijn hogere Zelf zal me worst wezen. Heerlijk toch, dat ik maar op mijn kop in de spiegel hoef te kijken om mijn innerlijke leidsvrouwe in levenden lijve te ontmoeten?!
Riet van Rooij (praktijk Freyja) brengt mensen in contact met hun eigen ziel. Ze leert je af te stemmen op je innerlijke kracht en dieper weten, ze bemiddelt bij het ontmoeten van je ongeboren kinderen, gidsen, overleden (groot)ouders, krachtdieren en andere hulpbronnen. Zij is de auteur van Zwanger met hart en ziel (o.a. verkrijgbaar bij Bol.com) en van diverse levensverhalen.
Kijk ook op: www.freyjamethartenziel.nl en www.taalenverhaal.nl
Durf te blijven zingen
Hoe kan het dat een vogel in een kooi blijft zingen?
Stel deze vraag aan een kind en het zal zeggen: “Omdat een vogel zingen wil.”
Stel de vraag aan een volwassene en zijn antwoord zal zijn: “Omdat de vogel niet wil dat hij gevangen zit.”
Het kind ziet de dingen zoals ze zijn. De volwassenen geeft er een invulling aan vanuit zijn eigen perceptie. Het kind ziet de kracht van de vogel. De volwassenen ziet zijn onmacht.
Hoe onze wereld eruit ziet wordt bepaald door hoe we naar de dingen kijken. Kijk je de wereld in met de open blik van een kind, dan zal je vinden dat de vogel in elke situatie blijft die hij is, in dit geval een zangvogel. Kijk je met de ogen van iemand met een leven van ervaringen, dan spiegel je de ervaringen aan het beeld dat je ziet, in dit geval een gekooid dier.
Welk gezichtspunt trekt jou het meest aan? Die van het kind of die van de volwassene?
Mij die van het kind.
Ik zou graag in staat zijn om te dingen te zien en te nemen zoals ze zijn. Ik zou graag de kracht in de ander en de kracht in mezelf willen zien.
Ik wil blijven zingen ook als het leven tegenzit. Ik wil, ondanks mijn kooi, trouw blijven aan mijn eigen inborst. Ik wil in de beroerdste situaties, onmachtig aan mijn omstandigheid, als een gekooide vogel, mijn eigen lied blijven zingen.
De vraag is alleen, kan ik dat?
Kan ik naar mijzelf kijken met de ogen van een kind en vaststellen dat het zoals ik ben, goed genoeg is om te mogen zingen? Durf ik, ondanks alles, in elke situatie, in iedere omstandigheid, mijn stem te laten horen? Ook al is het een gekooide stem? Een stem vol verlangen? Een stem die diep van binnen, de vrijheid kent?
Dit dichtte Maya Angelou erover:
I know why the caged bird sings.
The free bird leaps
on the back of the win
and floats downstream
till the current ends
and dips his wings
in the orange sun rays
and dares to claim the sky.
But a bird that stalks
down his narrow cage
can seldom see through
his bars of rage
his wings are clipped and
his feet are tied
so he opens his throat to sing.
The caged bird sings
with a fearful trill
of things unknown
but longed for still
and his tune is heard
on the distant hill
for the caged bird
sings of freedom.
Pauline J. van Munster
![]()
Pauline J. van Munster (21-02-1959) heeft meerdere romans op haar naam staan. In 2008 verscheen haar eerste non-fictie boek Stel je gaat dood, over hoe om te gaan met de boodschap dat je binnen afzienbare tijd gaat sterven. Zij heeft ook een website gemaakt over dit wezenlijke thema, waarop je meer informatie kunt vinden.
Achterna gezeten door een spook
Ik heb me jarenlang opgejaagd gevoeld. Van jongs af aan heb ik het idee dat ik word achterna gezeten door een spook. En als ik niet opschiet, doorloop, verderga, doorzet, haalde het me in en zou ik te laat komen. Waarvoor ik te laat zou komen wist ik niet, maar het ging duidelijk niet om het halen van een trein. Het was iets belangrijks. Iets van grote, essentiële waarde. Het was iets dat als ik het niet zou halen, ik de grootste fout van mijn leven zou begaan. Ik zou iets mislopen. En ik zou er de rest van mij leven spijt van hebben dat ik het misgelopen was.
Ik werd achter mijn vodden gezeten door een fantoom dat mij de indruk gaf dat ik moest hollen. Vraag me niet waarom, maar het gaf me de indruk dat er haast geboden was bij alles wat ik deed.
Ik rende van ervaring naar ervaring, nam geen tijd om gebeurtenissen, ontmoetingen aanvaringen, frustraties werkelijk tot me door te laten dringen. Had ik iets meegemaakt dat leuk of vervelend was, dan stopte ik dat in mijn rugzak en liep gauw door naar het volgende. Want misschien zou daar gebeuren wat ik zocht. Misschien zou zich daar het geheim ontplooien wat tot nu toe voor me verborgen was gebleven. Waarschijnlijk - waarom zou er anders zo'n haast achter de dingen zitten - hoogst waarschijnlijk zou ik bij de volgende ervaringen mijn doel bereiken. Als ik maar haast maakte en op tijd zou komen. En waar ik vooral voor moest zorgen was dat ik niet ingehaald werd door het spook dat me wilde tegenhouden.
Maar zoiets houdt een mens natuurlijk niet lang vol. Ik raakte uitgeput. Doodmoe. Ongeïnspireerd. Onzeker. Angstig over mijn toekomst en hoe die verder zou verlopen. Ik wist niet waarom ik zo doorholde. Niet waarheen. Niet waarvoor. En in die uitputting ontmoette ik voor het eerst - simpel om het feit dat ik niet verder kon omdat ik de moed en de kracht niet meer had om door te lopen - in die gedwongen rust haalde het spook me in.
Het kwam hijgend dichterbij en vroeg: "Waarom ren je nou telkens zo hard weg? Ik ben blij dat je even stopt. Nu kan ik je eindelijk begroeten en zeggen wie ik ben. " Het stond een beetje voorover gebogen om op adem te komen. En toen het tot rust was gekomen zei het: "Aangenaam, ik ben je persoonlijke begeleider op je persoonlijke pad. Heb je enig idee hoe zwaar de bagage is die ik met me meetors? Ik draag al je talenten, al je vaardigheden, je kennis, je kunde, je ervaringen. Ik heb je frustraties hier in mijn handtas, je ideeën en idealen zitten in dit binnenzakje van mij jas. Hoe kan ik je nou de gegevens aanreiken die je nodig hebt onderweg als jij alsmaar door blijft rennen? Ik geloof dat het tijd wordt voor een gesprek. Zullen we hier even pauzeren?"
Pauline J. van Munster
![]()
Pauline J. van Munster (21-02-1959) heeft meerdere romans op haar naam staan. In 2008 verscheen haar eerste non-fictie boek Stel je gaat dood, over hoe om te gaan met de boodschap dat je binnen afzienbare tijd gaat sterven. Zij heeft ook een website gemaakt over dit wezenlijke thema, waarop je meer informatie kunt vinden.
Ingefluisterde Intuïtie
Er zijn verschillende momenten in mijn leven die bepalend zijn geweest voor de manier waarop ik in het leven sta en mijn werk doe. Het volgende is mij werkelijk overkomen. Ik werkte inmiddels al enkele jaren als trainer/coach voor diverse bedrijven en was vreselijk trots op mijn werk. Ik kreeg mooie opdrachten en tijdens de feedback en evaluaties hoorde ik enthousiaste reacties. Niet alleen op de werkvloer, maar ook in privé situaties bleken de trainingen zeer praktisch en bruikbaar te zijn.
Op een dag liep ik over straat in Amsterdam, ergens in de Pijp en las op een groot bord: 'Ontmoet uw gidsen'. Nieuwsgierig liep ik naar binnen. Een prachtige jongeman uit Indonesië vertelde dat hij als medium voor mij contact kon maken met mijn spirituele gidsen. Trots als ik was wilde ik wel eens een applaus krijgen van 'de andere zijde'.
Mijn eerste vraag was: 'Wat vinden jullie van mijn werk?' in de volle overtuiging dat ze me zouden overladen met complimenten. Helaas, het antwoord was dat ze niet zo tevreden waren. Ik schrok: 'Waarom niet? Wat is er dan?' vroeg ik. 'Je luistert niet naar ons', kreeg ik door. 'We proberen je steeds te inspireren, maar je staat er niet voor open, je werkt met je hoofd en werkt een lijstje af.' 'Nou vertel dan maar, wat willen jullie dat ik anders doe?' Dat was niet mogelijk. Het kon alleen maar op het moment zelf. Dan moest ik me open stellen voor de inspiratie. 'Maar hoe moet dat dan?' vroeg ik weer. Dat werd niet helemaal duidelijk en daar moest ik het mee doen.
Teleurgesteld en ietwat beledigd liep ik naar huis. Hoe moet ik me nu openstellen? En waarom waren mijn trainingen en coaching 'voor de andere zijde' niet goed genoeg? De volgende dag gaf ik een training bij het Energiebedrijf in Amsterdam, tegenwoordig NUON. Voordat de mensen binnenkwamen en de training begon, en nadat ik alles had uitgestald en het programma op de flip-over had geschreven ging ik op een tafel zitten. 'Zo jongens', zei ik half naar boven kijkend, 'als jullie iets willen zeggen, doe het dan nu meteen even. Ik sta open voor jullie ideeën.' Het bleef stil en er was niets te zien of te horen.
De mensen stroomden binnen en de training begon. Ik had alles op een rijtje. Van de kennismaking tot en met de evaluatie. Na ongeveer een uur zette ik het programma stop. 'Laten we allemaal tien minuten helemaal stil zijn', zei ik tot mijn eigen verrassing. Normaal deed ik dat nooit. Veel te eng. Wie weet wat de mensen zouden denken. Zweverig gedoe. Tot mijn verbazing deed iedereen mee en ze vonden het geweldig. Allemaal. Ze kwamen tot rust en hadden ruimte in hun hoofd gekregen, zeiden ze. Ik voelde me geweldig. De volgende dag gaf ik weer een training, hield mijn praatje met de gidsen en ook daar zette ik het programma stop om weer iets anders te doen. Ik hoorde niets, zag niets… deed alleen wat er in me opkwam. Een plotselinge opwelling. Niet over nagedacht… zo maar spontaan en het was altijd het hoogtepunt van de training.
De volgende week had ik schilderles in Zwanenburg. Ik kwam binnen en de schilderjuf zei meteen: 'Marja, er staan twee figuren achter je te dansen en te springen.' 'Hoe bedoel je?' Ik keek achter me en zag niets. 'Het zijn je gidsen, ze zijn dolblij en ze zeggen dat je eindelijk naar ze luistert. Heb jij iets in je trainingen veranderd?' De vrouw wist helemaal niets van wat er die week ervoor was gebeurd en van de ontmoeting met de Indonesische jongen. De rillingen liepen over mijn hele lichaam. Ik realiseerde me, het is dus waar! Het is echt!
Vanaf die tijd houd ik altijd voor ik naar mijn werk ga een praatje met de gidsen. Onderweg in de auto bijvoorbeeld. Ik luister meestal naar het nieuws of naar radio 5. Lekker oude liedjes meezingen. Dan zet ik de radio uit en zeg: 'Ik ga niet voor niets naar Groningen vandaag. Er is iets te doen daar en jullie doen het werk. Dus laat het me maar weten. Ik sta er open voor.' Ik stel me open en laat me inspireren en laat de ingefluisterde intuïtie het werk doen. Heel af en toe vergeet ik het. Maar gaandeweg kom ik er vanzelf achter en doe ik het tijdens de training. Het werkt altijd. Ik ben ontspannen in wat voor situatie ook en er zijn altijd mensen diep geraakt. Ik voel mijn energie stromen en het gaat allemaal vanzelf.
Tip: Het enige wat je hoeft te doen is: stel je open voor je gidsen, het universum, God of dat wat voor jou relevant is. Het gaat om de intentie dat je jezelf als doorgeefluik ziet. Je hoeft het zelf niet te doen... Laat het gebeuren en vertrouw er op.
Marja Ruijterman is bedrijfstrainer, coach en columniste. Ze is ook schrijfster van het boek Gedachtenkracht. Daarnaast schrijft Marja columns over haar werk en haar leven. Aangevuld met eenvoudige en in de praktijk bruikbare tips om prettiger in het leven en werk te staan. Ook heeft Marja een blog met verhalen over haar spirituele avonturen en schrijft ze voor o.a. het magazine Nieuwe Leiders , het Financieel Dagblad en verschillende andere websites. Daarnaast geeft Marja lezingen over Gedachtenkracht en de Goeroe in jezelf. Voor meer informatie ga je naar de website van Marja Ruijterman.
Ik Ben
Ik ben. Daar ben ik heilig van overtuigd. Want ik denk, ik voel, ik word gewaar, ik ruik, ik hoor en ik zie. Dit Descartiaanse uitgangspunt wordt doorkruist, omdat ik ook ‘voel’ dat ik bijvoorbeeld niet mijn gevoelens ben. Wat is het dan dat mij doet vermoeden dat Ik Ben? Tegelijkertijd vraag ik mijzelf ook af: ‘Wie ben ik dan als Ik Ben?’
Met deze filosofische of, vooruit dan maar, spirituele vragen houd ik mij al jaren bezig. Er zijn mensen die zeggen het te weten, maar hoe weten ze dat en nog sterker hoe hebben ze de tijd ervoor om zich hier mee bezig te houden.
Hoe doet een gewone huisvrouw met een deeltijdbaan dit? Soms komt een antwoord gewoon voorbij, zoals bij mij toen ik laatst in de trein zat. Naast mijn trein kwam letterlijk een andere trein op vrijwel gelijke snelheid voorbij, toen we Amersfoort uitreden. Ik zag de mensen in die trein als in een soort parallel universum aan voorbij schuiven. Ineens drong het tot mij door dat ikzelf Een was met alle wezens in het universum, dus ook met de mensen in de beide treinen. Maar als alle wezens Een zijn, dan Ben ik ook al die andere mensen, met andere woorden, wij allemaal komen voort uit hetzelfde grote bewustzijn. Mijn bewustzijn had net zo goed een ander lichaam uit kunnen kiezen, van dat van een van de medereizigers in die andere trein of voor mijn part van een sneeuwluipaard uit de Himalaya.
Mijn Bewust Zijn ‘woont’ in het lichaam dat ik heb. Soms ben ik mij er echter van bewust dat er meer is dan mijn gedachten, gevoelens enzo. Als ik slaap heb ik vaak levendige dromen en ben ik mij soms bewust dat ik droom. En dat terwijl mijn lichaam volkomen stil in de duisternis ligt. Desondanks loop ik door prachtige oude steden, praat ik met bekende en onbekende mensen, ik fiets of rijd in een auto, enzovoort. Hieruit concludeer ik dat ik er toch niet zo zeker meer van ben dat mijn Bewust Zijn in mijn lichaam woont, want mijn lichaam slaapt en mijn bewustzijn is volkomen wakker en op stap in andere werelden.
Leraren uit de Tibetaanse Bönreligie zeggen dat wij in feite altijd aan het dromen zijn, dat ook onze ‘werkelijke’ wereld een droom en dat wij ons kunnen oefenen om onze dromen nog levendiger te beleven, terwijl ons lichaam slaapt. Je kunt dan ook levendiger of bewuster het dagelijkse bewustzijn ervaren, elk detail microscopisch waarnemen en jezelf er van bewust zijn dat je je eigen volmaakte of oorspronkelijke Zelf bent en nog belangrijker dat je van daaruit kunt handelen of in bepaalde omstandigheden kunt niet-handelen. Zo ervaar je jezelf vanuit je oorspronkelijke staat van zijn ofwel Dzokchen, zoals de Tibetanen dat noemen.
In Dzokchen is je geest vrij en je kijkt als het ware vanuit een ander perspectief, waarbij je je niet vereenzelvigt met je gedachten, gevoelen en emoties, maar ze als het ware waarneemt als een toeschouwer, zodat je ziet dat ze eigenlijk op illusies berusten. Het klinkt allemaal heel simpel en dat is het ook. Het vergt alleen bewust inzicht en bewuste oefening en daar zit hem vaak de kneep. Gunnen wij het onszelf hiervoor de tijd te nemen?
Anneke Huyser
Anneke Huyser studeerde sociale pedagogiek en is auteur van diverse boeken, o.a.Klankschalen en hun therapeutische toepassingen (Altamira-Becht), Mandala’s maken;Mandala’s kleuren; De oerelementen in ons leven; Wierookboekje; Edelstenen- en mineralenboekje (allen Ankh-Hermes), Ishtar-Sophia Pendelset (Koppenhol). Naast het schrijven van eigen boeken vertaalt zij regelmatig boeken uit het Engels of Duits voor diverse uitgeverijen, o.a. voor Altamira-Becht en Koppenhol, met name boeken over familieopstellingen, tarotkaarten en engelenorakels, enz.
Mijn mama woont in een groot bos
Bovenstaande woorden zijn ontleend aan wat Emma van zes, het zusje van de achtjarige Jasper, laatst tegen mij zei. Vorig jaar overleed hun moeder, Marga, plotseling midden in de nacht thuis aan een hartstilstand. Hun vader, Pieter, is sindsdien vader en moeder tegelijk en met behulp van de overblijf op school, de oppasmoeder na schooltijd, de wederzijdse oma’s, opa, en mijn partner en ik als pleegopa en –oma, moet het lukken om zijn onregelmatige diensten te draaien. Een mooie foto van Marga staat op kinderhoogte op de speelgoedkast in de huiskamer
Als ik bij ze ben begin ik nooit uit mijzelf over mama Marga, maar wacht ik tot Emma of Jasper over haar beginnen, wat meestal het geval is. Dat Emma’s mama in een groot bos woont is goed te verklaren. Zij ligt op een lommerrijke plek begraven tussen een aantal hoge bomen. En als Emma geconfronteerd wordt met het feit dat onze hond ook dood is, zegt ze: Tessa is dood, hè? Mijn mama ook! Ik speel daar handig op in en vertel dat Tessa nu bij mama is en dat mama Tessa nu gaat uitlaten. Emma roept: Ik zie mama! Ze staart in de verte. Ik vraag: zie je Tessa ook? Ze staart nog steeds: Ja, hoor! Het directe visualisatievermogen van deze zesjarige is nog volkomen aanwezig. Zo gaan dit soort gesprekjes vaak.
Marga is steeds in de wereld van haar kinderen aanwezig, al zei Jasper onlangs tegen zijn vader: Als ik groot ben en geld verdien, zal ik een nieuwe mama voor je kopen. Of tegen mij: Wij krijgen een nieuwe mama! Ze woont hierachter. Nieuwsgierig geworden polsten wij een paar dagen later bij papa Pieter voorzichtig of hij zich op vrijersvoeten heeft begeven, maar nee, dat was toch niet het geval. Misschien een diepliggende wens van Jasper naar een echte en levende moederfiguur? Daar ben ik van overtuigd. De kinderen, springen enthousiast op mij af, vleien zich op de bank om de beurt of tegelijkertijd dicht tegen mij aan en knuffelen mij af en toe bijna ‘dood’. Zouden ze dat bij hun ‘echte’ oma’s ook doen? Ik weet het niet en ik wil het ook niet weten.
Kinderen en de dood. Een nogal beladen en heftig thema. Hoe gaan we daar mee om? Je kunt er de diverse uitstekende boeken die er op de markt zijn over lezen. Je kunt in (zelfhulp)groepsverband er over praten. Je kunt het voor jezelf wegstoppen. Maar je kunt er ook ‘gewoon’ mee omgaan. In dit gezin gaat dat nu, na de eerste ontzettend moeilijke periode, prima, zonder al te veel nadruk op ‘spirituele’ of ‘bedekte’ termen te leggen. Voor deze jonge kinderen is het gewoon zoals het is, ze vragen niet naar het waarom. De volwassenen om hen heen gaan er op een gezonde manier mee om, laten weliswaar ook hun verdriet zien en de dood van mama Marga wordt bepaald niet uit de weg gegaan. Een gevleugelde uitspraak van een goede, inmiddels overleden vriend van mij was: Als je gewoon doet, dan ís het ook gewoon. En dat is het…
Anneke Huyser
Anneke Huyser studeerde sociale pedagogiek en is auteur van diverse boeken, o.a.Klankschalen en hun therapeutische toepassingen (Altamira-Becht), Mandala’s maken;Mandala’s kleuren; De oerelementen in ons leven; Wierookboekje; Edelstenen- en mineralenboekje (allen Ankh-Hermes), Ishtar-Sophia Pendelset (Koppenhol). Naast het schrijven van eigen boeken vertaalt zij regelmatig boeken uit het Engels of Duits voor diverse uitgeverijen, o.a. voor Altamira-Becht en Koppenhol, met name boeken over familieopstellingen, tarotkaarten en engelenorakels, enz.
Ik droomde dat ik opnieuw geboren werd.
Het begon zo:
Ik was heel klein. Opgerold, met mijn armen om mijn gevouwen benen geslagen, bevond ik mij tussen soepele wanden. Ik wist niet waar ik was. Ik vroeg het mij ook niet af. Het was er warm noch koud en donker als een sterrenloze nacht. Ik wist dat er een boven was en een onder maar ik behoorde nergens toe. Ik voelde me niet met de aarde verbonden – ik wist niet dat die bestond – en van de hemel had ik geen besef. Ik had geen angst, geen benauwd gevoel. Het was alsof mijn gevoel nog niet bestond. Ik vertoefde in een neutraal midden. Ik was. Die nacht voelde ik mijn hart steeds zwaarder worden. Alsof er iemand hard aan trok. Ik geloof dat toen de bevalling begon. Ik schreeuwde. In stilte. In stilte schreeuwde ik zo hard dat ik de volgende ochtend nog pijn had aan mijn stembanden. Toen ik deze droom aan mijn therapeut vertelde zei hij dat ik die nacht opnieuw geboren was.
Er waren stemmen geweest uit mijn verleden die me de laatste tijd maar niet met rust lieten. Die stemmen spraken over werklast en geld verdienen. Ik werkte hard, verdiende te weinig en bovenal had ik het niet naar mijn zin. Mijn hart voelde zich steeds kleiner worden. En toch geloofde ik dat die stemmen uit het verleden gelijk hadden in wat ze zeiden. Ik bleef maar dingen doen waarin ik zelf niet geloofde, ik jakkerde door, zocht erkenning maar kreeg het niet. En gek genoeg was ik zelf niet bij machte om deze stemmen de mond te snoeren. Ik hoorde ze wel, maar ik begreep ze niet. Daarom heb ik hulp gezocht.
Sinds kort bezoek ik een energetisch therapeut. Hij praat met mij en voelt mijn energieën. Hij geeft mij thee te drinken waar ik rustig van word. Hij vertelt mij over mijzelf en mijn herinneringen en leert mij te luisteren naar mijn hart. Sinds ik dat doe voel ik mijn verschrompelde hart weer groeien. Er is nog iets dat ik heb ontdekt: luisteren naar wat mijn hart te zeggen heeft betekent niets als ik er geen gehoor aan geef. Met andere woorden: voelen, denken, doen, dat is de juiste volgorde.
Nou, hier ben ik dan. Net droog achter de oren, zullen we maar zeggen. Mijn keel voelt nog een beetje hees, mijn hart voelt soms nog wat bedrukt. Maar dit zijn mijn eerste stappen op een nieuwe weg. Waarheen die lijdt? God zal het weten. Maar ik bewandel mijn weg met de blik van een pasgeborene, de lente tegemoet. Ik hoop dat het nog even duurt voordat ik volwassen word.
Pauline J. van Munster
![]()
Pauline J. van Munster (21-02-1959) heeft meerdere romans op haar naam staan. In 2008 verscheen haar eerste non-fictie boek Stel je gaat dood, over hoe om te gaan met de boodschap dat je binnen afzienbare tijd gaat sterven. Zij heeft ook een website gemaakt over dit wezenlijke thema, waarop je meer informatie kunt vinden.

