column
Ingefluisterde Intuïtie
Er zijn verschillende momenten in mijn leven die bepalend zijn geweest voor de manier waarop ik in het leven sta en mijn werk doe. Het volgende is mij werkelijk overkomen. Ik werkte inmiddels al enkele jaren als trainer/coach voor diverse bedrijven en was vreselijk trots op mijn werk. Ik kreeg mooie opdrachten en tijdens de feedback en evaluaties hoorde ik enthousiaste reacties. Niet alleen op de werkvloer, maar ook in privé situaties bleken de trainingen zeer praktisch en bruikbaar te zijn.
Op een dag liep ik over straat in Amsterdam, ergens in de Pijp en las op een groot bord: 'Ontmoet uw gidsen'. Nieuwsgierig liep ik naar binnen. Een prachtige jongeman uit Indonesië vertelde dat hij als medium voor mij contact kon maken met mijn spirituele gidsen. Trots als ik was wilde ik wel eens een applaus krijgen van 'de andere zijde'.
Mijn eerste vraag was: 'Wat vinden jullie van mijn werk?' in de volle overtuiging dat ze me zouden overladen met complimenten. Helaas, het antwoord was dat ze niet zo tevreden waren. Ik schrok: 'Waarom niet? Wat is er dan?' vroeg ik. 'Je luistert niet naar ons', kreeg ik door. 'We proberen je steeds te inspireren, maar je staat er niet voor open, je werkt met je hoofd en werkt een lijstje af.' 'Nou vertel dan maar, wat willen jullie dat ik anders doe?' Dat was niet mogelijk. Het kon alleen maar op het moment zelf. Dan moest ik me open stellen voor de inspiratie. 'Maar hoe moet dat dan?' vroeg ik weer. Dat werd niet helemaal duidelijk en daar moest ik het mee doen.
Teleurgesteld en ietwat beledigd liep ik naar huis. Hoe moet ik me nu openstellen? En waarom waren mijn trainingen en coaching 'voor de andere zijde' niet goed genoeg? De volgende dag gaf ik een training bij het Energiebedrijf in Amsterdam, tegenwoordig NUON. Voordat de mensen binnenkwamen en de training begon, en nadat ik alles had uitgestald en het programma op de flip-over had geschreven ging ik op een tafel zitten. 'Zo jongens', zei ik half naar boven kijkend, 'als jullie iets willen zeggen, doe het dan nu meteen even. Ik sta open voor jullie ideeën.' Het bleef stil en er was niets te zien of te horen.
De mensen stroomden binnen en de training begon. Ik had alles op een rijtje. Van de kennismaking tot en met de evaluatie. Na ongeveer een uur zette ik het programma stop. 'Laten we allemaal tien minuten helemaal stil zijn', zei ik tot mijn eigen verrassing. Normaal deed ik dat nooit. Veel te eng. Wie weet wat de mensen zouden denken. Zweverig gedoe. Tot mijn verbazing deed iedereen mee en ze vonden het geweldig. Allemaal. Ze kwamen tot rust en hadden ruimte in hun hoofd gekregen, zeiden ze. Ik voelde me geweldig. De volgende dag gaf ik weer een training, hield mijn praatje met de gidsen en ook daar zette ik het programma stop om weer iets anders te doen. Ik hoorde niets, zag niets… deed alleen wat er in me opkwam. Een plotselinge opwelling. Niet over nagedacht… zo maar spontaan en het was altijd het hoogtepunt van de training.
De volgende week had ik schilderles in Zwanenburg. Ik kwam binnen en de schilderjuf zei meteen: 'Marja, er staan twee figuren achter je te dansen en te springen.' 'Hoe bedoel je?' Ik keek achter me en zag niets. 'Het zijn je gidsen, ze zijn dolblij en ze zeggen dat je eindelijk naar ze luistert. Heb jij iets in je trainingen veranderd?' De vrouw wist helemaal niets van wat er die week ervoor was gebeurd en van de ontmoeting met de Indonesische jongen. De rillingen liepen over mijn hele lichaam. Ik realiseerde me, het is dus waar! Het is echt!
Vanaf die tijd houd ik altijd voor ik naar mijn werk ga een praatje met de gidsen. Onderweg in de auto bijvoorbeeld. Ik luister meestal naar het nieuws of naar radio 5. Lekker oude liedjes meezingen. Dan zet ik de radio uit en zeg: 'Ik ga niet voor niets naar Groningen vandaag. Er is iets te doen daar en jullie doen het werk. Dus laat het me maar weten. Ik sta er open voor.' Ik stel me open en laat me inspireren en laat de ingefluisterde intuïtie het werk doen. Heel af en toe vergeet ik het. Maar gaandeweg kom ik er vanzelf achter en doe ik het tijdens de training. Het werkt altijd. Ik ben ontspannen in wat voor situatie ook en er zijn altijd mensen diep geraakt. Ik voel mijn energie stromen en het gaat allemaal vanzelf.
Tip: Het enige wat je hoeft te doen is: stel je open voor je gidsen, het universum, God of dat wat voor jou relevant is. Het gaat om de intentie dat je jezelf als doorgeefluik ziet. Je hoeft het zelf niet te doen... Laat het gebeuren en vertrouw er op.
Marja Ruijterman is bedrijfstrainer, coach en columniste. Ze is ook schrijfster van het boek Gedachtenkracht. Daarnaast schrijft Marja columns over haar werk en haar leven. Aangevuld met eenvoudige en in de praktijk bruikbare tips om prettiger in het leven en werk te staan. Ook heeft Marja een blog met verhalen over haar spirituele avonturen en schrijft ze voor o.a. het magazine Nieuwe Leiders , het Financieel Dagblad en verschillende andere websites. Daarnaast geeft Marja lezingen over Gedachtenkracht en de Goeroe in jezelf. Voor meer informatie ga je naar de website van Marja Ruijterman.
Ik Ben
Ik ben. Daar ben ik heilig van overtuigd. Want ik denk, ik voel, ik word gewaar, ik ruik, ik hoor en ik zie. Dit Descartiaanse uitgangspunt wordt doorkruist, omdat ik ook ‘voel’ dat ik bijvoorbeeld niet mijn gevoelens ben. Wat is het dan dat mij doet vermoeden dat Ik Ben? Tegelijkertijd vraag ik mijzelf ook af: ‘Wie ben ik dan als Ik Ben?’
Met deze filosofische of, vooruit dan maar, spirituele vragen houd ik mij al jaren bezig. Er zijn mensen die zeggen het te weten, maar hoe weten ze dat en nog sterker hoe hebben ze de tijd ervoor om zich hier mee bezig te houden.
Hoe doet een gewone huisvrouw met een deeltijdbaan dit? Soms komt een antwoord gewoon voorbij, zoals bij mij toen ik laatst in de trein zat. Naast mijn trein kwam letterlijk een andere trein op vrijwel gelijke snelheid voorbij, toen we Amersfoort uitreden. Ik zag de mensen in die trein als in een soort parallel universum aan voorbij schuiven. Ineens drong het tot mij door dat ikzelf Een was met alle wezens in het universum, dus ook met de mensen in de beide treinen. Maar als alle wezens Een zijn, dan Ben ik ook al die andere mensen, met andere woorden, wij allemaal komen voort uit hetzelfde grote bewustzijn. Mijn bewustzijn had net zo goed een ander lichaam uit kunnen kiezen, van dat van een van de medereizigers in die andere trein of voor mijn part van een sneeuwluipaard uit de Himalaya.
Mijn Bewust Zijn ‘woont’ in het lichaam dat ik heb. Soms ben ik mij er echter van bewust dat er meer is dan mijn gedachten, gevoelens enzo. Als ik slaap heb ik vaak levendige dromen en ben ik mij soms bewust dat ik droom. En dat terwijl mijn lichaam volkomen stil in de duisternis ligt. Desondanks loop ik door prachtige oude steden, praat ik met bekende en onbekende mensen, ik fiets of rijd in een auto, enzovoort. Hieruit concludeer ik dat ik er toch niet zo zeker meer van ben dat mijn Bewust Zijn in mijn lichaam woont, want mijn lichaam slaapt en mijn bewustzijn is volkomen wakker en op stap in andere werelden.
Leraren uit de Tibetaanse Bönreligie zeggen dat wij in feite altijd aan het dromen zijn, dat ook onze ‘werkelijke’ wereld een droom en dat wij ons kunnen oefenen om onze dromen nog levendiger te beleven, terwijl ons lichaam slaapt. Je kunt dan ook levendiger of bewuster het dagelijkse bewustzijn ervaren, elk detail microscopisch waarnemen en jezelf er van bewust zijn dat je je eigen volmaakte of oorspronkelijke Zelf bent en nog belangrijker dat je van daaruit kunt handelen of in bepaalde omstandigheden kunt niet-handelen. Zo ervaar je jezelf vanuit je oorspronkelijke staat van zijn ofwel Dzokchen, zoals de Tibetanen dat noemen.
In Dzokchen is je geest vrij en je kijkt als het ware vanuit een ander perspectief, waarbij je je niet vereenzelvigt met je gedachten, gevoelen en emoties, maar ze als het ware waarneemt als een toeschouwer, zodat je ziet dat ze eigenlijk op illusies berusten. Het klinkt allemaal heel simpel en dat is het ook. Het vergt alleen bewust inzicht en bewuste oefening en daar zit hem vaak de kneep. Gunnen wij het onszelf hiervoor de tijd te nemen?
Anneke Huyser
Anneke Huyser studeerde sociale pedagogiek en is auteur van diverse boeken, o.a.Klankschalen en hun therapeutische toepassingen (Altamira-Becht), Mandala’s maken;Mandala’s kleuren; De oerelementen in ons leven; Wierookboekje; Edelstenen- en mineralenboekje (allen Ankh-Hermes), Ishtar-Sophia Pendelset (Koppenhol). Naast het schrijven van eigen boeken vertaalt zij regelmatig boeken uit het Engels of Duits voor diverse uitgeverijen, o.a. voor Altamira-Becht en Koppenhol, met name boeken over familieopstellingen, tarotkaarten en engelenorakels, enz.
Mijn mama woont in een groot bos
Bovenstaande woorden zijn ontleend aan wat Emma van zes, het zusje van de achtjarige Jasper, laatst tegen mij zei. Vorig jaar overleed hun moeder, Marga, plotseling midden in de nacht thuis aan een hartstilstand. Hun vader, Pieter, is sindsdien vader en moeder tegelijk en met behulp van de overblijf op school, de oppasmoeder na schooltijd, de wederzijdse oma’s, opa, en mijn partner en ik als pleegopa en –oma, moet het lukken om zijn onregelmatige diensten te draaien. Een mooie foto van Marga staat op kinderhoogte op de speelgoedkast in de huiskamer
Als ik bij ze ben begin ik nooit uit mijzelf over mama Marga, maar wacht ik tot Emma of Jasper over haar beginnen, wat meestal het geval is. Dat Emma’s mama in een groot bos woont is goed te verklaren. Zij ligt op een lommerrijke plek begraven tussen een aantal hoge bomen. En als Emma geconfronteerd wordt met het feit dat onze hond ook dood is, zegt ze: Tessa is dood, hè? Mijn mama ook! Ik speel daar handig op in en vertel dat Tessa nu bij mama is en dat mama Tessa nu gaat uitlaten. Emma roept: Ik zie mama! Ze staart in de verte. Ik vraag: zie je Tessa ook? Ze staart nog steeds: Ja, hoor! Het directe visualisatievermogen van deze zesjarige is nog volkomen aanwezig. Zo gaan dit soort gesprekjes vaak.
Marga is steeds in de wereld van haar kinderen aanwezig, al zei Jasper onlangs tegen zijn vader: Als ik groot ben en geld verdien, zal ik een nieuwe mama voor je kopen. Of tegen mij: Wij krijgen een nieuwe mama! Ze woont hierachter. Nieuwsgierig geworden polsten wij een paar dagen later bij papa Pieter voorzichtig of hij zich op vrijersvoeten heeft begeven, maar nee, dat was toch niet het geval. Misschien een diepliggende wens van Jasper naar een echte en levende moederfiguur? Daar ben ik van overtuigd. De kinderen, springen enthousiast op mij af, vleien zich op de bank om de beurt of tegelijkertijd dicht tegen mij aan en knuffelen mij af en toe bijna ‘dood’. Zouden ze dat bij hun ‘echte’ oma’s ook doen? Ik weet het niet en ik wil het ook niet weten.
Kinderen en de dood. Een nogal beladen en heftig thema. Hoe gaan we daar mee om? Je kunt er de diverse uitstekende boeken die er op de markt zijn over lezen. Je kunt in (zelfhulp)groepsverband er over praten. Je kunt het voor jezelf wegstoppen. Maar je kunt er ook ‘gewoon’ mee omgaan. In dit gezin gaat dat nu, na de eerste ontzettend moeilijke periode, prima, zonder al te veel nadruk op ‘spirituele’ of ‘bedekte’ termen te leggen. Voor deze jonge kinderen is het gewoon zoals het is, ze vragen niet naar het waarom. De volwassenen om hen heen gaan er op een gezonde manier mee om, laten weliswaar ook hun verdriet zien en de dood van mama Marga wordt bepaald niet uit de weg gegaan. Een gevleugelde uitspraak van een goede, inmiddels overleden vriend van mij was: Als je gewoon doet, dan ís het ook gewoon. En dat is het…
Anneke Huyser
Anneke Huyser studeerde sociale pedagogiek en is auteur van diverse boeken, o.a.Klankschalen en hun therapeutische toepassingen (Altamira-Becht), Mandala’s maken;Mandala’s kleuren; De oerelementen in ons leven; Wierookboekje; Edelstenen- en mineralenboekje (allen Ankh-Hermes), Ishtar-Sophia Pendelset (Koppenhol). Naast het schrijven van eigen boeken vertaalt zij regelmatig boeken uit het Engels of Duits voor diverse uitgeverijen, o.a. voor Altamira-Becht en Koppenhol, met name boeken over familieopstellingen, tarotkaarten en engelenorakels, enz.
Ik droomde dat ik opnieuw geboren werd.
Het begon zo:
Ik was heel klein. Opgerold, met mijn armen om mijn gevouwen benen geslagen, bevond ik mij tussen soepele wanden. Ik wist niet waar ik was. Ik vroeg het mij ook niet af. Het was er warm noch koud en donker als een sterrenloze nacht. Ik wist dat er een boven was en een onder maar ik behoorde nergens toe. Ik voelde me niet met de aarde verbonden – ik wist niet dat die bestond – en van de hemel had ik geen besef. Ik had geen angst, geen benauwd gevoel. Het was alsof mijn gevoel nog niet bestond. Ik vertoefde in een neutraal midden. Ik was. Die nacht voelde ik mijn hart steeds zwaarder worden. Alsof er iemand hard aan trok. Ik geloof dat toen de bevalling begon. Ik schreeuwde. In stilte. In stilte schreeuwde ik zo hard dat ik de volgende ochtend nog pijn had aan mijn stembanden. Toen ik deze droom aan mijn therapeut vertelde zei hij dat ik die nacht opnieuw geboren was.
Er waren stemmen geweest uit mijn verleden die me de laatste tijd maar niet met rust lieten. Die stemmen spraken over werklast en geld verdienen. Ik werkte hard, verdiende te weinig en bovenal had ik het niet naar mijn zin. Mijn hart voelde zich steeds kleiner worden. En toch geloofde ik dat die stemmen uit het verleden gelijk hadden in wat ze zeiden. Ik bleef maar dingen doen waarin ik zelf niet geloofde, ik jakkerde door, zocht erkenning maar kreeg het niet. En gek genoeg was ik zelf niet bij machte om deze stemmen de mond te snoeren. Ik hoorde ze wel, maar ik begreep ze niet. Daarom heb ik hulp gezocht.
Sinds kort bezoek ik een energetisch therapeut. Hij praat met mij en voelt mijn energieën. Hij geeft mij thee te drinken waar ik rustig van word. Hij vertelt mij over mijzelf en mijn herinneringen en leert mij te luisteren naar mijn hart. Sinds ik dat doe voel ik mijn verschrompelde hart weer groeien. Er is nog iets dat ik heb ontdekt: luisteren naar wat mijn hart te zeggen heeft betekent niets als ik er geen gehoor aan geef. Met andere woorden: voelen, denken, doen, dat is de juiste volgorde.
Nou, hier ben ik dan. Net droog achter de oren, zullen we maar zeggen. Mijn keel voelt nog een beetje hees, mijn hart voelt soms nog wat bedrukt. Maar dit zijn mijn eerste stappen op een nieuwe weg. Waarheen die lijdt? God zal het weten. Maar ik bewandel mijn weg met de blik van een pasgeborene, de lente tegemoet. Ik hoop dat het nog even duurt voordat ik volwassen word.
Pauline J. van Munster
![]()
Pauline J. van Munster (21-02-1959) heeft meerdere romans op haar naam staan. In 2008 verscheen haar eerste non-fictie boek Stel je gaat dood, over hoe om te gaan met de boodschap dat je binnen afzienbare tijd gaat sterven. Zij heeft ook een website gemaakt over dit wezenlijke thema, waarop je meer informatie kunt vinden.




