De 4 ontwikkelingsfases van Ken Blanchard

Ken Blanchard zegt: de eerste ontwikkelingsfase, dat is de fase van de enthousiaste beginner. Dat is iemand die graag wilt leren, die is optimistisch en die heeft er zin in. Die denkt, ja we gaan ervoor.

Misschien nog niet zo vreselijk ervaren, maar het enthousiasme is er. De leiderschapsstijl die daarbij hoort, zegt Blanchard, dat is stijl 1. ‘Leiden’ in zijn terminologie. En wat bedoelt hij daar mee?

Mensen hebben dan veel taakgerichte ondersteuning nodig, namelijk praktijkgerichte sturing. Je moet dingen voordoen, je moet tips geven, je moet soms gewoon stappenplannen geven en voorkauwen hoe de werkzaamheden verlopen. Het enthousiasme is er wel maar de vaardigheden zijn er nog niet.

Ontwikkelingsfase 2

Blanchard noemt fase 2 de fase van de ontgoochelde leerling. Het blijkt dat de praktijk toch weerbarstig is. Misschien herkent u dat wel? Bijvoorbeeld als uw zoon of dochter een tijdje op pianoles zit. In het begin zijn ze ontzettend enthousiast. maar op een gegeven moment merk je dat het niet zo heel snel gaat. De pianoleraar speelt toch echt een stuk beter en je oudere zus speelt ook een stuk beter.

En dan krijg je een fase dat je denkt, ben ik hier eigenlijk wel geschikt voor? Had ik hier eigenlijk wel aan moeten beginnen? De ontgoochelde leerling. Wat je nodig hebt is aan de ene kant persoonlijke ondersteuning en aan de andere kant nog steeds die taakgerichte sturing. Je hebt de stappenplannen nodig. Je bent er nog niet, maar je hebt ook persoonlijke ondersteuning nodig zoals een beetje coaching en een beetje hulp. Het heet dan ook begeleiden of coachen.

Ontwikkelingsfase 3

Fase drie noemt Blanchard de fase van de capabele, maar voorzichtige presteerder. Eigenlijk zijn de vaardigheden er wel, maar mensen weten zo langzamerhand wel een klein beetje wat ze praktisch moeten doen om de werkdag tot een goed einde te brengen. Het zelfvertrouwen is er nog niet echt, dus capabel maar voorzichtig. Hoe moet je leiding geven aan deze mensen? De stijl die hierbij hoort, stijl 3, is ‘ondersteunen’. Er is wat minder behoefte aan taakgerichte sturing, want deze taak kennen we inmiddels wel een klein beetje. Daar zijn we wel tegenop gewassen, maar we hebben nog wel wat persoonlijke ondersteuning nodig. Af en toe een warme hand op de schouder. Iemand die vraagt ‘hoe gaat het met je?’.

Ontwikkelingsfase 4

Fase 4 is de fase van de ‘zelfsturende professional’. En die zelfsturende professional heeft een hoge competentie en hoge motivatie. Dan kan je gaan delegeren. Het betekent dat je veel vrijheid geeft, maar let op, er moet wel aandacht blijven voor de prestaties van mensen. Mensen willen af en toe ook een uitdaging. Je moet ze af en toe eens wat geven waardoor ze kunnen groeien.

Daarbij is het ook mogelijk om een leiderschapstraining te volgen bij verschillende aanbieders hiervan.